De start van het aardappelseizoen
Aardappelen horen bij de eerste groenten die je in het voorjaar in de grond stopt. Vaak begint het planten in maart of april. De grond moet dan wel droog genoeg zijn en niet meer bevroren. Is het nat of koud, dan kun je beter even wachten tot het weer verbetert. Een temperatuur van ongeveer tien graden is het beste, dan groeien de kiemen en wortels goed. Lichte vorst kan jonge aardappelplanten beschadigen, dus het is slim om even te wachten tot er geen nachtvorst meer is. Door goed op het weer te letten, zorg je ervoor dat de planten sterk beginnen.
Vroege, halfvroege en late aardappelen
Vroege aardappelen worden vaak als eerste geplant, meestal vanaf half maart. Dit zijn de zogenaamde primeur- of nieuwe aardappelen. Je oogst deze vaak al in juni of juli. Ze hebben minder groeidagen nodig dan andere soorten en zijn snel klaar om te eten. Halfvroege rassen stop je meestal eind maart tot begin april in de grond. Late aardappelsoorten worden vanaf eind april of zelfs begin mei gepland. Deze hebben een langere groeiperiode. Daardoor kun je ze vaak pas vanaf augustus uitgraven. Let altijd op het etiket van het pootgoed of vraag advies, want elk ras heeft zijn eigen beste moment. Door verschillende soorten te combineren, kun je langer aardappelen uit eigen tuin eten.
De juiste voorbereiding van de aardappelen
Voor je de knollen plant, is het handig om ze eerst voor te laten kiemen. Hiervoor leg je de aardappelen enkele weken voor het planten op een lichte, koele plek in huis. Zo krijgen ze korte, stevige kiemen, waardoor ze sneller groeien als je ze buiten plant. Begin hiermee eind februari of begin maart. Leg de aardappelen naast elkaar in een bak of op een dienblad, het liefst met de meest ‘ogen’ naar boven. Ze hebben alleen licht nodig en geen water. Als de kiemen stevig en paars of wit zijn, is het tijd om te planten. Deze voorbereiding helpt de planten bij het vormen van sterke wortels en zorgt voor een snellere oogst later in het seizoen.
Handige tips voor tijdens het planten
- Maak eerst geulen van ongeveer tien centimeter diep in de grond. Leg de knollen met de kiemen omhoog op dertig tot veertig centimeter afstand van elkaar. Houd tussen de rijen minstens zestig centimeter ruimte. Zo kunnen de planten goed groeien en is er genoeg plek om te aarden.
- Bedek de aardappelen met een laagje aarde en druk het zachtjes aan.
- Controleer na het planten regelmatig op onkruid en aaltjes, want die kunnen de knollen aantasten.
- Zodra de scheuten uit de grond komen, kun je ze extra beschermen tegen late nachtvorst door er vliesdoek of stro overheen te leggen.
- Geef bij droog weer af en toe wat water, maar zorg dat de bodem nooit te nat wordt.
De unieke oogsttijd per soort aardappel
Het moment van oogsten verschilt per soort en plantdatum. Nieuwe aardappelen pluk je vaak al drie tot vier maanden na het planten, meestal vanaf juni. De schil is dan nog dun en de smaak extra zacht. Halfvroege soorten moet je iets langer laten groeien. Deze oogst je meestal in juli of augustus. Late rassen blijven nog tot september of oktober in de grond zitten. Wacht met rooien tot het loof verwelkt en geel wordt. Houd de grond los en werk voorzichtig, zodat je de knollen niet beschadigt. Laat ze na het oogsten enkele uren drogen voordat je ze opbergt, zo kun je ze langer bewaren.
Veelgestelde vragen over wanneer aardappelen planten
Wat doe ik als het nog koud is in het voorjaar?
Wanneer het in het voorjaar nog koud of nat is, kun je beter even wachten. De grond moet opwarmen tot tien graden en droog genoeg zijn. Te vroeg planten kan de groei vertragen.
Waarom moet je aardappelen laten kiemen voor het planten?
Voor het planten laat je aardappelen best eerst kiemen. Sterke kiemen zorgen na het planten voor een goede start en snellere ontwikkeling van de plant.
Wat is het verschil tussen vroege en late aardappelen?
Vroege aardappelen kunnen al in maart de grond in en zijn na drie tot vier maanden oogstklaar. Late aardappelen plant je later en ze groeien langer, waardoor je pas tegen het einde van de zomer kunt oogsten.
Hoe diep plant je een aardappel?
Aardappelen plant je op een diepte van ongeveer tien centimeter. Zo zitten ze veilig in de grond en kunnen de scheuten goed naar boven groeien.
Wat doe je tegen nachtvorst bij jonge aardappelplanten?
Heb je net geplant en komt er nachtvorst aan, dek je planten dan af met vliesdoek of stro. Zo blijven ze beschermd en bevriezen ze niet snel.














